Theo Altena is leerkracht Nederlands, heeft een aardig huis, een vrouw waar hij gelukkig mee is en een buitenvrouw. Op zich best wel een mooi woord om aan te geven dat hij te doen heeft met een minnares. Zij, Iris Pompier, is eveneens leerkracht in de school van Theo. Ze geeft er lichamelijke opvoeding en heeft Surinaamse roots. In het schooljaar zijn hun dinsdagen heilig, immers de twee gezamenlijke springuren gebruiken ze als het moment om hun geheime relatie te laten zegevieren. Steevast zijn dat seksuele uitspatting bij haar thuis. Maar zoiets blijft niet geheim en als zijn puberende leerling de spot drijven, slaan bij Theo de stoppen door…
Een verhaal over liefde, over de verboden vrucht en over de angst om alles kwijt te geraken. Bovendien wordt alles overgoten met een multiculturele saus die soms een racistische toets krijgt. Dit alles in een uiterst puike roman die in één stevige ruk uit te lezen valt en meer valt daar eigenlijk ook niet over te vertellen.