Vanaf vandaag woont mijn zus niet meer thuis. Samenwonen. De liefde, weetjewel. Ik ben hierbij de enige van de drie lieftallige ‘kindjes’ die thuis de deur nog op een kiertje heeft staan. Een kiertje waar ik met een frequentie van ongeveer om de twee weken eens een flinke voet tussen steek. En het vreemde is, wie had dat twee jaar geleden kunnen denken. Toen was de liefde nog veraf, of om het te zeggen onbestaande. Veel later is die liefde ook wat veraf (letterlijk dan). Ik zou er over kunnen klagen. Over kunnen zagen, maar het helpt allicht niet. Maar ooit, in een niet eens zo’n mijlenverre toekomst, dan hoop ik ook van dat kiertje thuiswonen dicht te trekken. En te vervangen door “eens op bezoek naar de ouders gaan”. Maar bovenal, samen een nest bouwen met dat lief Elfi van me. Als dat geen zoete droom is om mee in slaap te vallen.
Ik tel de dagen alvast ook af…