“Danny Muggepuut at staande een worst. (p.5)” Als er één zin is waar het vervolg op Muggepuut mee moest beginnen, dan was het wel deze zin. Meteen terug in de sfeer van het vorige boek over een roemrijke auteur met als hobby voorzitter-coach zijn bij de minivoetbalclub Real De Rakkertjes. In episode twee gaat zijn voetbalclub naar de verdoemenis, ligt hij in de knoop met zijn nieuwe roman, belandt zijn vader in het ziekenhuis, en zorgen een mogelijke verfilming en organisatie van een boekvoorstelling voor de nodige kopzorgen. Bovenal echter blijft Danny een man die enigszins doelloos door het leven en de straten dartelt.
Veel verhaal zit er ook nu weer niet in De Perfecte Koppijn van Herman Brusselmans. Daar moet je vrede mee nemen, maar in ruil krijg je een brok lectuur die doet lezen. Vraag me niet waarom, maar je hebt haast voortdurend de drang om meer te weten te komen. Verder te lezen. “Ik ben alleen maar schrijver geworden om te entertainen. (p.140)”, laat Danny aan Suzi weten. Er zit ook veel waarheid over de eigenlijke auteur in. Al is entertainen dan misschien te eng omschreven.
De leuke dialogen en de vleug humor zorgen dat het een aangename leestrip blijft. Zelf een simpel bezoek aan een restaurant blijft, hoe banaal ook, steeds opnieuw de moeite om door te lezen. Bovendien laat Brusselmans voldoende ruimte om nog wat wendingen te nemen. Terwijl je weet dat er nooit een plot van jewelste zal volgen, wil je weten hoe het verder gaat. In Toos gaat Danny alvast de paden van de liefde op en ook nu volg ik, als ik een exemplaar in mijn handen krijg.
Ik geniet altijd van zijn columns in de Humo. Misschien moest ik ook maar eens één van zijn boeken lezen
Ik heb net het idee dat er hoewel mensen het denken, er net WEL altijd een verhaal zit in de boeken van Brusselmans. Alles lijkt altijd een bedoeling te hebben …
Moet mij er ook nog eens opsmijten. Het is lang geleden dat ik kon zeggen ‘ik heb alles van Brusselmans gelezen!’